Huis- en kelderzwam
Zwam bestrijden is geen sinecure en dus geen doe-het-zelf activiteit. Het belangrijkste trefwoord in de behandeling van deze materie is: GRONDIG
.
ZWAMDODENDE CURATIEVE BEHANDELING.
De procedure heeft voornamelijk betrekking op aantastingen door houtaantastende zwammen, zoals de Huiszwam (Serpula Lacrimans), de Kelderzwam (Coniphora Puteana), en nog enkele andere.
Bovengenoemde kunnen ook andere materialen besmetten zodat een curatieve behandeling zowel het houtwerk als het metselwerk moet omvatten.
De uitvoeringstechniek hangt af van het soort materiaal waarin zich de aantasting bevindt.
Het is niet altijd gemakkelijk de juiste omvang van een zwamaantasting te bepalen. In sommige gevallen dienen uitgebreide voorbereidingswerken uitgevoerd te worden om de verspreiding te kunnen vaststellen. Dit gaat soms gepaard met gedeeltelijke ontmanteling van bepaalde bouwmaterialen.
WERKEN.
Eerst en vooral
De oorzaak van de zwamontwikkeling bepalen. De vochtbron moet opgespoord en uitgeschakeld worden vooraleer de eigenlijke werken beginnen.
Voorbereiding
Bereikbaar maken van het te behandelen hout of metselwerk door bepaalde elementen (platen, pleisterwerk,…) te verwijderen. Hierbij moet rekening gehouden worden met een voldoende veiligheidszone in alle richtingen.
Verwijderen van de zwamelementen (zoveel mogelijk). Aangetaste stukken die niet meer gered kunnen worden, dienen zoveel mogelijk verwijderd te worden van de werf.
Het metselwerk wordt afgekapt tot de blote steen en grondig geborsteld met een ijzeren of harde borstel. Dit is niet noodzakelijk bij vaste cementbezetting.
Dieptebehandeling
Metselwerk:
De dieptebehandeling gebeurt door het boren van schuine gaten op onderlinge afstanden van 20 tot 30 cm en tot tweederde van de muurdikte. Via het boxsysteem (rond en in de aantasting) worden alle boorgaten meerdere malen opgevuld. De concentratie van het fungicide wordt aangepast aan de vochtigheid van de muren en de huidige situatie van de aantasting (actief of niet actief).
Hout:
Aangetast hout dat nog voldoende weerstand biedt, wordt eveneens via dit systeem geïnjecteerd. Bij injecties langs de onderkant worden speciale pluggen met terugslagklep gebruikt.
Oppervlaktebehandeling
De oppervlaktebehandeling gebeurt op een zuivere ondergrond. Alle oppervlakken, binnen de veiligheidszone, worden verschillende keren besproeid nat in nat zodat een optimale indringing wordt bekomen. Ook hier wordt de concentratie van het fungicide aangepast aan de situatie.
INFO
HUISZWAM EN VOCHT
Huiszwam (Serpula lacrymans - la Mérule) is de enige zwam die niet in de natuur groeit (wel sporen in de lucht). Nooit in een bos of geveld hout en nooit op buitenschijnwerk dat blootgesteld is aan temperatuur- en vochtwisseling.
De Huiszwam heeft een constante temperatuur en hoge relatieve luchtvochtigheid nodig (tussen 5 en 45°C en 90-95%). Om te kunnen beginnen is naaldhout nodig met minimum 30 tot 40 % vochtgehalte, nadien heeft hij een minimum van 20% vochtgehalte nodig en kan ook loofhout aangetast worden (kamerdroog hout bevat max. 16% vochtgehalte). De ideale omstandigheden zijn: ruimten met slechte of geen verlichting, met constante temperatuur, hoge luchtvochtigheid, weinig ventilatie, aanwezigheid van hout (bv: kelders, onbewoonde huizen, vochtige valse plafonds en wanden, vochtige plankenvloer onder linoleum, enz…).

De groeisnelheid is variabel volgens omstandigheden. In labo: ongeveer 1 tot 4 meter per jaar. In de praktijk ongeveer 1m per jaar met variaties volgens omstandigheden van 1/20, datering is daarom bijna onmogelijk.
Huiszwam kan droogte gedurende meerdere jaren overleven en na soms 9 jaar terug actief worden, alleen droogleggen is zeker niet voldoende.
Niet droogleggen en alleen chemisch behandelen is ook gevaarlijk:
-
De zwam kan, gezien de vele sporen op een andere plaats beginnen.
-
In zeer vochtige omstandigheden wordt product constant verdund.
-
Aanwezig hout kan ook door andere schimmels aangetast worden, en daarna veel gemakkelijker door Serpula.
Technische gegevens:
Spore: ( 0.01 mm)
Mycelium: zeer fijne draden - witte vlokken, in later stadium gele, roze violetrode vlekken + "tranen".
Rhizomorfen
:
-
strengen op enige afstand van beginpunt
-
eerst plat, soepel, wit
-
later ronder, stijver, grijzer, zwartbruin
-
doorsnede tot 8mm, lengte 6 tot 10 cm
-
de totale lengte kan tientallen meters bedragen
-
alleen in donkere omstandigheden worden palmboomachtige structuren gevormd
-
vervoer van vocht + voedingstoffen naar de groeiplaatsen
-
groeien door muren, op zoek naar hout en water
-
eens gestart, kan droog hout vochtig gemaakt worden en aangetast: droogrot
-
droge muren worden vochtig gemaakt: min. 20%
Vruchtlichaam:
-
alleen in "stress" situatie wanneer voedsel schaars wordt of wanneer de vochtigheid te laag wordt
-
voor vorming van vruchtlichaam is een minimum aan licht nodig
-
grootte: van 10 cm tot 1 m
-
aantal sporen: miljarden
DE KELDERZWAM (coniophora puteana)
Deze zwam komt minstens evenveel voor als de huiszwam. De schade die veroorzaakt wordt is eveneens groot. Daar de fungus niet over dezelfde mogelijkheden beschikt om zich te verspreiden, blijft de aantasting gewoonlijk meer beperkt dan in het geval van de huiszwam.
vruchtlichaam
Groeiomstandigheden :
De kelderzwam ontwikkelt zich op hout (of van cellulose afgeleide materialen) onder zeer natte omstandigheden. Het substraat moet veel vochtiger zijn dan voor de huiszwam. De optimale groei gebeurt in hout met een vochtgehalte van 5O tot 6O %. Huiszwam en kelderzwam vindt men daardoor niet op precies dezelfde plaatsen. Wel kunnen beide ongeveer gelijktijdig optreden daar er meestal een vochtgradiënt bestaat van zeer nat naar droog, en dus ook een zone die geschikt is voor huiszwamontwikkeling. Regelmatig stelt men vast dat de ontwikkeling van de kelderzwam voorafgaat aan die van de huiszwam.
Doordat de kelderzwam optimaal groeit onder dergelijke vochtige omstandigheden is de soort gevoeliger voor uitdroging dan de huiszwam. Uitdrogen alleen is echter in de meeste gevallen onvoldoende om de fungus volledig te vernietigen. Een behandeling met fungiciden blijft noodzakelijk.
Uitzicht :
Dun viltig, dikwijls waaiervormig mycelium. Het is bleek van kleur, dikwijls met een vrij rijke variatie aan tinten. De myceliumstrengen zijn in jonge toestand bleek okerachtig tot bruinig. Ze kleuren vrij snel zwart.
Vruchtlichamen worden slechts uitzonderlijk gevormd in gebouwen. Wanneer ze gevormd worden is hun ontwikkeling soms spectaculair, over grote oppervlakten. Ze zijn uitgespreid, membraanachtig, donkerbruin gekleurd met een groenige tot olijfkleurige schijn. In jonge toestand is het lichaam glad en gelig. De groeirand is in alle stadia wat katoenachtig tot fijn vezelig, en geligwit.
Myceliumstrengen van de kelderzwam kunnen wel over metselwerk en stenen groeien. Ze kunnen weliswaar in de kleinere ruimtes doordringen doch bezitten zeker geen even groot vermogen om doorheen anorganische constructie-elementen te groeien als de huiszwam.

Groeisnelheid:
De kelderzwam groeit zeer snel. De groeisnelheid in een bouwwerk is uiteraard sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden.